Dicts.info 

Greek to Dutch dictionary

    Look up:      

This Greek to Dutch dictionary searches words in both directions at the same time.
Both Greek to Dutch and Dutch to Greek translations will be listed at once.


αγάπη (f) (agápi); έρωτας (m) (érotas) liefde (f)
αγόρι (n) (agóri) jongen (m); knaap (m)
αδελφή (f) (adelfí) zus (f); zuster (f)
αδελφός (m) broer (m), broeder (m) (formal)
ακούω (akoúo) luisteren; naar
άνθος (n) (ánthos); λουλούδι (n) (louloúdi) bloem (f)
γάτα (f) (gáta); γάτος (m) (gátos) huiskat; kat (m); poes (f); kater (m)
γράφω schrijven
δέντρο (n) (ðéndro); δένδρο (n) (ðénðro) boom (m)
ευχαριστώ (efcharistó) dank u, dank je, dankjewel, bedankt
ημέρα (f); (f) (n) (n) dag (m); etmaal (n)
καρπός (m) (karpós); οπώρα (f) (opóra); οπωρικό (n) (oporikó); φρούτο (n) (frúto) fruit (n); vrucht (f)
κορίτσι (n) (korítsi) meisje (n); meid (f); meidje (n); griet (f); grietje (n)
μήλο (n) (mílo) appel (m)
μωρό (n) (moró); βρέφος (n) (vréfos) #Dutch'baby (m'f), zuigeling (m'f), pasgeborene (m'f)
ναι (nai) ja
όχι (óchi) nee#Dutch'nee, neen (formal)
πατέρας (m) (patéras) vader (m); papa
πάω (páo) gaan
σκύλος (skílos); κύων (kíon) hond (m)
σπίτι (n) (spíti); οίκος (m); οικία (f); κατοικία (f); σπιτικό (n) huis (n); onderkomen (n)
σχολείο (n) (scholeío) school (f)
τροφή (f) (trofí); φαγητό (n) (fagitó); φαΐ (n) (faḯ) voedsel (n); eten (n)
φίλος (m); (f) vriend, vriendje (m), vriendin, vriendinnetje (f), maatje (m'f)
χρήματα (n); χρήμα (n); λεφτά (n) geld (n)
χρόνος (m) (chrónos); καιρός (m) (kerós) tijd (m)
Dutch to Greek dictionary  |  All dictionaries  |  Dutch vocabulary  |  Dutch flashcards  |  Learn Dutch


Privacy policy   Disclaimer   Terms of use  
Copyright © 2003-2016 Dicts.info.